Skip to content

Eingeklemmt!

das Leben in Suburbia

Onze woonplaats beschikt over een snelwegafrit die een lus vormt waarin “ter compensatie” Natuur is aangelegd. Het wemelt er dan ook van de wilde eenden, zwanen en ganzen. Kikkers en padden zien we niet maar zitten natuurlijk ook te kwakelen en kworrelen in de poelen die aangelegd zijn in dit o, zo romantische stukje natuur dat wel geïnspireerd lijkt door de bekende Engelse romantische landschapsstijl. Net echt maar op de tekentafel bedacht… En jawel hoor, intussen zijn de eieren uitgekomen en begeven de jonge ganzen zich massaal naar de afrit. Gisteren zag ik hoe de donzen bolletjes nog gedisciplineerd precies achter de doorgetrokken witte streep van de vluchtstrook bleven maar hoe lang dat nog zal duren?… Het wachten is op een langsscheurende Henk Bleker; hij moet wát, want afschieten stuit op protest. Dan zo maar. De nieuwe rijkswaterstaatwatertjes komen goed in zijn straatje van pas.

Evenals in onze moederstad is in voorstad Eingeklemmt een heftige strijd ontbrand tussen de gebruikers van de grijze vuilnisbakken bijgenaamd Kliko en die van de plastic huisvuilzakken, merknaam Komo. De zakkengebruikers krijgen de laatste tijd hoge boetes voor het te vroeg aan de straat zetten van de zakken, terwijl de Kliko-gebruikers vrijuit gaan als zij de bakken te laat binnenhalen. Navraag bij de gemeente leert dat een oogje toegeknepen wordt omdat de Kliko-mensen niet altijd beschikken over een achteringang van de woning, waardoor bij afwezigheid van de bewoners de bakken soms langer op straat blijven staan dan wenselijk. “Maar ze zijn dan toch al leeg, dus veel kwaad voor de volksgezondheid kan het niet,” zegt Marcel Schellekens van de afdeling consumentencontacten van de Gemeentereiniging. De bewoners van de Appelboomflat en de nabijgelegen Perenboomflat, niet voorzien van de handige Kliko’s, zeggen de zakken vaak bij de laatste hondenuitlaatronde alvast buiten te zetten. “Dat dit al om een uur of 9 ’s avonds kan zijn, dus een uur vroeger dan het toegestane tijdstip, komt doordat wij als hardwerkende arbeiders vroeg naar bed moeten. Het slepen met vuilniszakken in de vroege morgen – als wij onze busjes in moeten – kunnen wij toch moeilijk aan moeder de vrouw overlaten. We hebben er dan gewoon nog de puf niet voor, je wilt de dag toch prettig beginnen,” aldus Henny van de Vlasakkers, bewoner van Perenboomflat 1397, 7 hoog. Hij zegt de hele dag al te moeten sjouwen met cementzakken. “Mag ik het zwoegen nog even zo lang mogelijk uitstellen ’s morgens vroeg? Met het aanjagen van de niet opschietende automobilisten even later op de Autobahn hebben we al genoeg te stellen.” Schellekens: Die zakken staan te vroeg buiten en worden door knaag- en andere dieren opengescheurd – met alle gevolgen voor milieu en volkgezondheid van dien. U moet ons gewoon gelegenheid geven die mensen te bekeuren. Wij nemen de zakken in beslag en spitten in samenwerking met justitie de inhoud buitengewoon grondig door, dat kan ik u verzekeren. We hebben zo al heel wat uitkeringsfraude aan het licht gebracht. Als dat geen winst is, dan weet ik het niet meer.”

Wie in een krant over Scandinavische zaken wil schrijven, moet in de toekomst eerst een Spellingtoets Scandinavische Zaken afleggen. Straks komen daar nog de transcriptieregels voor een stuk of wat Chinese talen bij, te beginnen bij het Mandarijn. Dit is een van de maatregelen die de redacties van een aantal dagbladen hebben genomen op advies van een commissie onder leiding van de oud-ambassaderaad voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tevens norvagist mr drs Tim Linnenweever. Linnenweever: Ik ben heel liberaal, en echt niet van de spellingspolitie, maar wat we de laatste jaren gezien hebben, kan echt niet. De literaire redacties schrijven keurig Herbjørg Wassmo met een ø maar in dezelfde krant gaat het dan weer wekenlang over het drama op “Utoya”. Kroonprins “Hakon” is ook zoiets. Het is om horendol van te worden, en je schaamt je dood tegenover je noordelijke vrienden. De lat dan maar lager leggen in de opleiding is volgens Linnenweever geen optie, dat schaadt de kwaliteit. Zijn commissie adviseert de journalistieke opleidingen dit onderwerp in fases aan te bieden. In het eerste leerjaar zou men voorzichtig kunnen beginnen met de æ en ä, het tweede met de ø en ö en het derde met de å (aa). In het vierde leerjaar zou dan nog de ð aan bod kunnen komen. Als het studieprogramma daardoor te zwaar wordt, is bijscholing als er al bij de krant gewerkt wordt ook een optie. “Het lijkt vergezocht,” zegt Linnenweever, “maar je hebt gezien hoe dichtbij die landen opeens kunnen komen, denk maar aan IJsland en Noorwegen, aan Saab… Je zit met gekromde tenen. Mart Smeets zou zich nog beter documenteren. Nee, onze vaderlandse pers lijdt aan een soort laatmaarwaaiencultuur. En of u daar nou streepjes tussen wilt zetten of niet maakt me geen drol uit! U zit hier niet bij het Groot Dictee!”

Wegens drukke werkzaamheden moeten jullie het vandaag doen met een bericht van een collega. Tot spoedig!

Hoe zal ik het zeggen, décolleté klinkt nog enigszins geoorloofd, bon ton, gala, glamour, Bianca Castafiore-achtig… Vooruit, een mooi décolleté voor die ene keer op de rode loper… Maar al die andere gelegenheden: dames sluit die bloesjes, zet een knoopje bij, hang er desnoods een nephempje voor. Ja, maar waar gáát dit over?! Nou, over de voorbips hebben we het hier niet, dat mooie woord voor intern gebruik door moeders tegen hun meisjeskinderen in de vroege jaren ’50, als vader er niet bij was. Het gaat hier over die vreselijke bovengleuf die de dames onder ons steeds frequenter menen te moeten tentoonspreiden, weer of geen weer, première, opera of feest of niet. Valt er niet genoeg te genieten van de dansende lichtjes in hun ogen, de dartele kraaiepootjes, de guitige oogbewegingen, hun welsprekendheid? De dames vinden van niet en gooien hun onappetijtelijke, rommelige, rafelige, varkensachtige, zonnebankgeroosterde of juist lelieblanke bovengleuven op tafel. Als de bovengleuf van twee borsten gelijk twee welpen, tweelingen van een ree, die onder de leliën weiden, zo werpen zij ze op tafel. En ís er geen bovengleuf, dan toch een uitgesneden hals tot aan de navel. (Ook de boys doen verwoede pogingen.) O, dat vind ik toch zo’n akelig mens, zegt mijn journaalkijkende vrouw. Helemaal niet, zeg ik, het maakt niet uit wat ze zegt, het is een van de mooiste vrouwen van Nederland en ze heeft géén bovengleuf!

Geen kip tandoori van Knorr in de schappen bij AH, ook geen Knorr kip madras, lege vakken. Wel eigen merk. Maar die is niet zo lekker, weet ik. Vakkenvullers genoeg, waaronder een bedrijfsleiderachtige vijftiger. Ik loop nog een half uurtje rond in de winkel. Steeds als ik langsloop is de vakkenvullende vijftiger met één hand vakken aan het vullen, de andere hand moet zijn mobieltje vasthouden waarin hij onafgebroken praat. Ik zeg hem dat hij toch eens geslachtsverandering moet overwegen. Moment, zegt hij tegen zijn telefoon. Tegen mij: Hoezo? Ik zeg hem dat vrouwen beter zijn in multitasken. Hij vertoont zelfs niet een begin van het onnozele lachje van zijn collega uit de tv-commercials.

Het is nog kerstvakantie zo aan het begin van het jaar, dus het was opa en omadag in het openluchtmuseum. Opa’s en oma’s zo ver het oog reikte, en een eindeloze karavaan buggies kronkelde zich over de rustieke paden. Bestemming bereikt. Omdat ik me, al fotograferend, altijd ver voor of achter of opzij van de rest van de familie door dit soort parken beweeg, werd ik helemaal nerveus van het opa! opa! dat van alle kanten, uit alle hoeken en gaten opklonk, maar mijn kleinzoon was het niet; die houdt zich altijd keurig in de buurt van oma. De oudhollandse houten herbergspellen waren een groot succes, ook bij mij; ik had daar net zo lief de hele middag staan sjoelen, ringwerpen of mannetje tikken maar de kleinkids kunnen lezen en hadden ontdekt dat er een poffertjeskraam was. Je moest buiten op je beurt wachten om binnen te mogen: wegens de drukte komen wij u halen, u wordt geplaceerd, meldde de tent, je zou denken een bordje uit de oude doos maar het was hedendaagse menens. Gelukkig is het publiek hoogopgeleid en sloeg er dus niet meteen op los telkens als ik een argeloze nieuwkomer streng verzocht achter aan te sluiten… Aardige vrouwen met humor en vrolijkheid, die dochters en schoondochters van de oma’s en de opa’s, dat scheelde weer. Toch ging ik liever op fotosafari en liet de rest maar even alleen met de poffertjes, al waren ze nog zo biologisch (en op houtvuur uit eigen bossen bereid). Op de terugweg ging het nog even bijna mis toen een duidelijk minder hoog opgeleide Audibestuurder komend van een reserveparkeerterrein het waagde botweg voorrang te nemen; het gaat-u-maar-opagebaar uit de beschaafde museumbezoekerskringen was er niet bij.